De hh van de b van de o

“Kom hier!”

Het is al te laat.
Hij is onaangelijnd, luistert niet en stormt op mijn hond af: de herdershond van de buren van de overkant.

Zijn kaken grijpen de nek van mijn hond.
Bo-Yi probeert los te komen, ik sta als een idioot te schreeuwen om de herdershond van de buren van de overkant af te schrikken terwijl de buurman mopperend komt aanrennen en zijn hond een schop geeft.

De hond laat los en de buurman maakt ‘m vast.
Ik check of Bo-Yi gewond is geraakt.
‘Gelukkig, hij leeft nog’ grapt de buurman.

We wisselen wat woorden en gaan ieder weer onze eigen weg, allebei geschrokken.
De buurman naar huis, ik loop het ochtendrondje met mijn hondje.
De tranen beginnen te prikken in mijn ogen.

Dit is godverdegodver al de 2e keer dat de herdershond van de buren van de overkant mijn hond aanvalt.
Nog niet zo lang geleden was bij hen de voordeur open en stormde hij naar buiten toen ik met Bo-Yi terugkwam van de middagronde.
Toen was het vooral stoer geblaf, gegrom en tanden laten zien, nu zaten die tanden om de nek van mijn hond.

Naast het hele voorval zat mij vooral dwars dat de buurman zojuist zei dat ik ‘vroeg was vandaag’.
Alsof het mijn schuld is dat dit gebeurde!
Ik moet toch elk moment van de dag veilig met mijn hond de straat in en uit kunnen lopen?
Dat begrijpt hij toch wel?!

Ik breng mijn hond thuis, loop naar de overkant en klepper met de brievenbus want de bel staat bij hen uit omdat anders de hond aanslaat als er gebeld wordt.
De hond slaat aan.
De buurman doet open.

‘Ik wil toch nog even terugkomen op wat er zojuist gebeurde, en vooral dat je zei dat ik vroe..’
’Ja, dat je vroeg was, dat had ik niet moeten zeggen, dan krijg jij het gevoel dat het jouw schuld is maar dat is het natuurlijk niet! Excuses, excuses, excuses. Ik dacht: er is vast niemand anders al wakker op dit vroege tijdstip, dus dan kan hij wel los lopen. Ik zal ‘m voortaan aanlijnen, je moet natuurlijk wel veilig door de straat kunnen lopen.’

Hij had het begrepen.


Theezakjesvraag #1

Liever 1 jaar vooruit of 1 jaar terug?

Liever geen van beiden.
Maar als ik écht zou moeten kiezen want pistool tegen mijn slaap, dan kies ik voor 1 jaar vooruit.

Waarom?

Er is veel veranderd en gebeurd in het afgelopen jaar, ik zou dat niet opnieuw willen beleven.
In maart 2020 ging natuurlijk het hele land op slot, iedereen was thuis.
Door de maanden heen werd ik tijdens het thuiswerken langzamerhand knettergek van de buren, hun kinderen, de warmte, mijn opvliegers en de warmte, mijn opvliegers en de warmte en ik had geen zwembad in de tuin maar alle buren wel en het leek wel of die kutkinderen hier de hele dag in speelden en waarom moet er dan ook zo hard bij gegild worden?

Daarom.

Dus wat staat er nu bij mij in de tuin:

Hier kan ik wel 1 jaar mee vooruit 🙂

Out de schulden

Ik ben een ambtenaar. Ik werk bij een gemeente als schuldregelaar.
Dit houdt in dat ik voor mensen in een problematische schuldsituatie een regeling tref met hun schuldeisers.
Dit lukt nagenoeg altijd.
Zo’n schuldregeling via de gemeente heet het minnelijke schuldsaneringstraject.
Mocht dit traject niet slagen dan kan ik voor mijn cliënten een verzoek tot toelating tot het wettelijke schuldsaneringstraject indienen bij de rechtbank.
Voor de meeste schuldenaren is er dus eigenlijk altijd wel een way out…out de schulden.

Over het algemeen heeft de functie ‘ambtenaar’ een negatieve connotatie.
Ze worden gezien als star en vasthoudend aan regels.
Ook ik heb regels waarbinnen ik mijn functie uitoefen maar ik zoek, indien nodig, altijd de grenzen op.
Ik houd rekening met de mens achter de schulden.
Want schulden kunnen je zomaar overkomen, al heb je alles nog zo goed voor elkaar.

Wanneer cliënten een intake met mij hebben zijn ze van te voren meestal zenuwachtig.
De ‘schuldsanering ingaan’ roept al snel gevoelens op van drie-jaar-op-een-houtje-bijten en mensen zijn bezorgd om wat ik ze ga vertellen.
Na de intake gaan ze meestal opgelucht naar huis.
Niet omdat het allemaal wel meevalt in de schuldsanering maar omdat ik ook een mens blijk te zijn.

Een gesprek met mij gaat niet alleen over alle regels maar vooral over hoe het zo gekomen is.
En wat dat met de cliënt heeft gedaan.
En over hoe het nu gaat.
En wat de toekomstverwachtingen zijn.
Van mens tot mens.
Zonder oordeel.
Omdat het iedereen kan overkomen.
Gaande het gesprek zie ik de cliënt ontspannen en het vertrouwen groeien dat het goed gaat komen met een oplossing voor de schulden.

Zo ook een cliënte die ik deze week sprak.
Een vriendelijke, spontane vrouw van mijn leeftijd (54) die samen met haar vriendelijke, spontane, vrouwelijke bewindvoerder van mijn leeftijd -/- 20 jaar, bij mij op gesprek kwam.
Van mens tot mens en in dit geval van vrouw tot vrouw spraken we, naast alle serieuze zaken, over de overgang, opvliegers, dat 2013 voor ons beiden een slecht jaar was voor ons huwelijk want die liep uit op een scheiding, voor haar de 2e voor mij de 3e en dat 3x is scheepsrecht dus niet altijd opgaat, over lekker alleen blijven en nog een 4e keer proberen zónder te trouwen, over grijs worden, hoe lang blijf je je haar verven, geen highlights doen omdat haar kinderen dat nodig vinden omdat haar haar prachtig grijs aan het worden is en dat ik daar jaloers op ben en dat het € 60,00 scheelt en dat ze daar weer andere leuke dingen van kan doen…
We lachten hartelijk om die alledaagse, menselijke dingen waar we over spraken, even los van alle ellende die haar bij mij in de spreekkamer hadden gebracht.

De spanning verdween, haar gezicht ontspande, en de tranen stonden in haar ogen toen ze zei dat ze erg zenuwachtig was geweest maar nu alle vertrouwen heeft dat er een oplossing komt voor haar schulden.

Dat is het mooie aan mijn werk, dáár doe ik het voor, als menselijke schakel mijn cliënten helpen naar die way out…out de schulden.

Als zoonlief baalt, baalt mamma

Mijn zoon wordt deze maand 21 jaar.
Hij is groot en breed want mijnheer traint al bijna vier jaar, vaak en zwaar in de sportschool.

In mijn ogen is hij nog steeds die volledig afhankelijke, kleine jongen die ik sinds zijn 8e alleen heb opgevoed. Ik doe alles voor hem. Nou ja…doe wordt steeds meer deed. Want alles voor je kind doen terwijl hij volwassener en zelfstandiger wordt, is niet gezond.

Begin vorig jaar kocht hij zijn 1e auto. Een 10 jaar oude, stoere, kobaltblauwe Suzuki Swift met brede banden en kekke velgen.

Dat auto’s geld kosten weet ik als 54-jarige inmiddels wel, maar hij moet dit nog leren.
Die les kwam dinsdag keihard binnen.
Hij had zijn auto naar de garage gebracht om te laten onderzoeken waarom zijn motor zo heet werd.
Het euvel werd gevonden en het prijskaartje dat daaraan hing was € 1.200,00!
Een arbeidsintensieve reparatie die een paar dagen zou duren.

Vrijdag hoorde hij dat de auto klaar was en ‘m kon ophalen.
Of hij contant wilde betalen, maar hij kreeg wel een factuur en garantie. Túúrlijk

Je begrijpt, mijn zoon baalde stevig.
En als mijn kind baalt, baalt mamma.
En wat wil mamma dan?
Verzachten.
Relativeren.
Helpen.

We spraken af dat ik vrijdagmiddag op tijd van kantoor (in Emmen) naar huis zou komen (in Zwolle) zodat ik hem, via de pinautomaat in het winkelcentrum, naar de garage kon brengen.
Onderweg begint bij mij in het dashboard het lampje van de bandenspanning te branden.
Het is 15.15 uur.
Nu baal ik als een stekker.
Ik bel zoonlief dat ik eerst zelf langs de garage moet om mijn banden te laten checken *).
“Mam, daar ga ik niet op wachten. De garage gaat om vijf uur dicht, ik wil die auto ophalen, ik ga wel lopen.”

Ik kan wel janken.
Want in plaats van mijn grote, stoere, sterke, bijna volwassen zoon, zie ik mijn lieve, schattige kindje van 8 jaar, verdrietig en alleen van huis naar het winkelcentrum lopen, TWAALFHONDERD EURO (van zijn spaarcentjes) uit de automaat trekken bij de Appie en daarmee dat hele eind, in de zinderende hitte, naar de garage lopen om daar TWAALFHONDERD EURO aan die grote, boze mijnheren van de garage te geven in de hoop dat zij zijn auto goed hebben gemaakt zodat hij daar weer veilig mee de weg op kan…naar zijn werk, zijn vriendin, zijn vrienden die o.a. in Assen, Emmen, Enschede en Bergschenhoek wonen…

Ik heb ook nog een lesje te leren: loslaten.

*) voor de geïnteresseerden: ja, ik kan natuurlijk zelf mijn banden op spanning brengen maar ik heb eerder een week rond gereden met een stuk metaal in mijn band waardoor ook iedere keer dat lampje brandde. En aangezien mijn woon-werkverkeer 150 km per dag is, ga ik het risico niet meer nemen dat ik met iets in mijn band rijdt i.p.v. dat ze te zacht/hard zijn. Wat overigens vrijdag het geval was: de bandenspanning was te hoog vanwege de warmte…maar dat even ter zijde.

Niet de hond…

Sinds augustus 2010 heb ik een hond, Bo-Yi.
Hij is lief, zacht, knuffelt graag en luistert voor geen meter.
Sinds augustus 2010 ben ik een zacht ei als het honden aangaat.

Als ik dan een bericht als dit lees, dan denk ik: hoe kán je dit doen?
Hoe harteloos ben je om de voorpoten van een hond met een tiewrap vast te binden en hem/haar in het water te gooien? Terwijl ik zoek naar de juiste link om in mijn blog te plaatsen zie ik dat er al een heleboel heisa over is op de socials, dus meer ga ik er niet over schrijven.

Ik kan er niet tegen, tegen hondenleed.
Ik heb één keer de film Marley & Me gezien.
En één keer Hachi.
Allebei met een hond in de hoofdrol.
Bij allebei dikke tranen gehuild (dus nog een keer kijken is geen optie).

Ik kan er heel goed tegen wanneer iedereen elkaar doodschiet in een film.
Maar als de hond dood gaat, dan houd ik het niet droog…

Bo-Yi